Ons land staat vol met (voornamelijk) naoorlogse portiekflats. Het zijn er zo veel dat alles slopen en vervangen voor nieuwbouw niet een optie is – daar is simpelweg de tijd en het geld niet beschikbaar voor. Maar misschien nog wel belangrijker is dat deze gebouwen onderdeel zijn van een buurt met sociale structuren en bewoners die er graag blijven wonen. Het verbeteren van deze naoorlogse wijken met behoud van een (groot) deel van de verouderde portiekflats vinden wij een enorm mooie opgave om aan te werken. Met hernieuwde aandacht voor deze buurten, gebouwen en de bewoners kunnen we verder bouwen aan de toekomst.


Door de overdaad aan problemen, maar vooral door de veel lagere boekwaarde van de portiekflat en de veel hogere verwachtingswaarde van de grond door de meestal nabije ligging van het centrum van de stad wordt sloopnieuwbouw
snel als beste oplossing gezien. “Goedkope woningen op dure grond” vinden ontwikkelaars over het algemeen. Gezien de huidige (sociale) woningbouwopgave, pleiten wij juist voor herwaardering van deze uitstervende woningtypologie, met als middel renovatie op het middenniveau.
Wat maakt de portiekflat, gebouwd in de jaren ’50 en ’60, zo interessant om te behouden voor de (sociale) woningbouwopgave?
Ondanks de evidente bouwtechnische beperkingen, bezit de portiekflat ook veel kwaliteiten die het behoud ervan
onderbouwt. De kleinschaligheid van de ontsluitingstypologie (zes tot acht appartementen per trappenhuis), de relatie met het ruim opgezette maaiveld, de relatief kleine woningen met naar verhouding veel kamers, en de kwaliteiten van een doorzonwoning zijn kenmerken van deze woongebouwen die wij enorm waarderen. Ondanks deze eigenschappen wordt door achterstallig onderhoud de schuld van de problemen onterecht bij de portieken gelegd. Dat terwijl het vervangen van de entree al vaak het gebouw een betere toekomst kan geven.

Hoewel veel portiekflats wel dezelfde eigenschappen bezitten, volgt een slimme renovatieoplossing uit de specifieke eigenschappen van een complex. Vaak zijn het juist de bescheiden ingrepen die het grootste verschil kunnen maken bij het herwaarderen van een bestaand wooncomplex.
In Vlaardingen staan twee woongebouwen van Woningstichting Samenwerking met een galerij-portiekontsluiting. Het jaren ’80 complex heeft entrees en trappenhuizen die voor iedereen toegankelijk zijn. Wat destijds, met alle goede bedoelingen, is ontworpen als een plek voor ontmoeting wordt in deze tijd door de bewoners als onveilig ervaren. Met deze problematiek in ons achterhoofd zijn wij op zoek gegaan naar een slimme toevoeging aan het complex die de leefbaarheid verbetert. Door het complex af te sluiten met nieuwe entreevolumes ontstaat een veilige woonomgeving, waarbij de fijne metselwerkdetaillering de complexen een nieuwe, elegante uitstraling geeft. Door te putten uit wat er al is, zowel in functie als in uitstraling voelen de volumes vanzelfsprekend, zonder zichzelf op te dringen. Een bescheiden ingreep met een noemenswaardig effect.


Herwaarderen zien wij als meer dan alleen een technische opgave. Als het gaat om renoveren zouden we niet alleen moeten vervangen maar just vernieuwen. Hierbij komt kijken dat elk element, hoe klein het ook is, aandacht verdient. Zo hebben wij bijvoorbeeld in Schalkwijk, bij de renovatie van 9 flats, samen met Olivier van Herpt bijzondere postkasten mogen realiseren, gemaakt van 3d-geprinte keramische elementen.

In de loop van de tijd zijn wij betrokken geweest bij meerdere renovatietrajecten van naoorlogse portiekflats, waaronder: 9 flats in de Schalkwijk in Haarlem (Ymere, EraContour), 12 portiekflats in Rotterdam Lombardijen (Havensteder, Dure Heyma) en 21 portiekflats in Capelle aan de IJssel. Ook hebben wij onderzoek gedaan naar de kansen voor de naoorlogse portiekflat.